|
In gesprek met een pleinregisseur
Leo van Gerven is een doener. Een doener en een prater, merk ik als ik een ochtend met hem doorbreng op ‘zijn’ Afrikaanderplein in de Rotterdamse Afrikaanderwijk. Maar dat praten moet wel resultaat hebben. Om praten om te kunnen zetten in resultaat, doet hij daarnaast nog iets: kijken en luisteren. Zijn werkwijze heeft daarom veel weg van die van een antropoloog: eerst observeren en luisteren, de mensen leren begrijpen en dan pas actie ondernemen.
Een mooi maar levenloos plein Ooit was Leo loodgieter, vandaar zijn resultaatgerichtheid, denkt hij. Na een overstap naar de Sociale Academie werd hij opbouwwerker en sindsdien heeft het werken met mensen hem niet meer losgelaten. Hij zit nu als zelfstandig adviseur alweer jaren in de wijkaanpak. Inbreng van de bewoners is hierbij zijn uitgangspunt. Het vijf hectare grote Afrikaanderplein in Rotterdam is sinds 2008 zijn werkterrein.
Het Afrikaandersplein is een plein dat decennia lang heeft gediend als ontmoetingsplaats. Het heeft al heel wat ontwikkelingen aan zich voorbij zien gaan. Vanaf 1908 diende het als ‘stadion’ voor voetbalclub Feyenoord, om vervolgens na de Eerste Wereldoorlog plaats te maken voor volkstuintjes die de voedselschaarste in de wijk moesten opgevangen. Kinderen hebben er leren fietsen, gezamenlijk gevoetbald of geschaatst op bevroren plassen. Maar tijden veranderen. In de Afrikaanderwijk is de havenarbeider geweken voor de gastarbeider, de wijk is verkleurd en vormt de bakermat van het multiculturele Rotterdam. In de loopt der jaren is de wijk verloederd. Er heerst veel armoede en een hoge werkloosheid. Er zijn verouderde woningen, leefbaarheids- en veiligheidsproblemen en de wijk ligt geïsoleerd ten opzichte van haar rijkere buur de Kop van Zuid. Door deze ontwikkelingen heeft het grote plein haar oorspronkelijke invulling verloren. Waar het plein ooit ‘van de bewoners’ was, is het is er nu te vaak te stil.
En die stilte is niet wenselijk, vindt de gemeente. Een levendig Afrikaanderplein kan bijdragen aan het oppeppen van de wijk, zo is de gedachte. Daarom is het plein een aantal jaar geleden grondige hervormd. Als ik één van de brede trappen naar het plein afloop, zie ik strakke asfaltpaden tussen keurig gemaaide grasvelden, nette bankjes, een strak vormgegeven waterpartij en zwarte hekken rondom het hele plein. Dit ontwerp heeft de prestigieuze Omgevingsarchitectuurprijs opgeleverd. Mooi dus, maar blijkbaar niet wat de wijkbewoners zoeken. Het plein is namelijk nog steeds leeg. Daarom is Leo, samen met een collega, door de deelgemeente Feijenoord als pleinregisseur ingeschakeld om de buurtgewoners te verleiden weer gebruik te gaan maken van het plein. Aan mij om hem aan de tand te voelen over hoe hij dat voor elkaar denkt te krijgen.
Waarom is het moeilijk om juist pleinen levendig te houden? Waarom gebruiken mensen het plein niet gewoon? “Het specifieke van een plein is dat het een functie heeft voor de buurt en de buurt een functie heeft voor het plein. Echter, als een buurt verandert, dan verandert het plein niet zomaar mee. Het Afrikaanderplein is daar een goed bijvoorbeeld van. Er wonen hier veel allochtonen. Die houden meer van gezelligheid en rommeligheid.” Ik kijk naar het plein en begrijp wat hij bedoelt. Dit wijdse plein met de strakke lijnen en het open karakter nodigt niet uit tot samenkomsten, tot lekker in het gras zitten of gezellig wandelen. “Daarnaast”, legt Leo uit, “is er niemand die zich echt verantwoordelijk voelt voor een plein. De woningen eromheen zijn van de corporaties, de winkels van de eigenaren en de school van de school.” Het plein is van iedereen en dus van niemand. Maar pleinen kunnen nog wel een sociale rol vervullen. Omdat ontmoetingen steeds minder spontaan plaatsvinden, moet je ze faciliteren. Het plein kan fungeren als locatie om die ontmoetingen te laten plaatsvinden. En daar is behoefte aan, zegt Leo. De bewoners vragen hem steeds weer iets leuks te organiseren. Daarnaast is het ook van belang voor het veiligheidsgevoel. “Als je elkaar kent ben je niet bang in die donkere steeg.”
Hoe begin je aan zo'n klus? “Ik ben met iedereen gaan praten. Met bewoners, wethouders, winkeliers, woningcorporaties, de moskee.” En door over straat te lopen komt hij ook veel mensen tegen. Die vraagt hij dan wat ze het plein vinden. Of hij gaat wat drinken in het café op het plein. “Op die manier hoor je wat er speelt.”
|